Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt
Inmiddels zijn we al weer aardig wat publicaties verder. Douwe Draaisma's loopbaan als auteur heeft een grote vlucht genomen. Zijn boeken vliegen als warme broodjes over de toonbank en verschillende literaire en wetenschappelijke prijzen mocht hij al in ontvangst nemen. We lichten 'Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt' (2003) er eens uit. Dit boek gaat over de werking van het geheugen, en vooral het autobiografische geheugen. Dit is het gedeelte waar persoonlijke ervaringen worden opgeslagen. Dit autobiografische geheugen lijkt nogal eens een eigen leven te leiden. Dat wat je wil vergeten, bijvoorbeeld krenkingen en genante momenten, lijken niet of nauwelijks te verbannen uit je geheugen (of zoals Draaisma zelf zegt '.. worden met onuitwisbare inkt geschreven'), terwijl zaken die wij graag willen vasthouden al binnen korte tijd klank, smaak of geur verliezen. Het autobiografische geheugen is dagboek en vergeetboek tegelijk en speelbal van verschillende (ver)vormingsprocessen. Onder meer met behulp van boeiende metaforen worden diverse aspecten van het autobiografische geheugen belicht. Twee voorbeelden:
"In het geval van een achteruitkijkspiegel is dat het paradoxale beeld waarin 'zijkanten komen en gaan' terwijl je zelf stationair blijft. Gevangen in een ovaal zie je jezelf, stilzittend, met grote snelheid door het landschap schieten", " ... dingen waren voorbij en toch nog zichtbaar." Naar aanleiding van het gedicht 'Déjà-vu' van Gerrit Achterberg.
"De objectieve tijd, legt Carell uit, die van de klok, glijdt in een gelijkmatig tempo voort, als een rivier door laagland. Aan het begin van zijn leven rent de mens nog kwiek langs de oever, sneller dan de stroom. Rond het middaguur is zijn tempo al wat lager en loopt hij gelijk op met de rivier. Tegen de avond, als hij vermoeid raakt, versnelt de stroom en raakt hij achter. Ten slotte blijft hij stilstaan en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde onverstoorbare tempo waarin hij de hele dag al heeft gestroomd." Uit: 'Man, the unknown' van A. Carell.
Voor psychologen is een deel wellicht gesneden koek en revolutionaire nieuwe ontdekkingen rond het geheugenonderzoek zijn misschien schaars, doch interessante elementen, schrijvers, dichters en nieuwe casussen zijn toegevoegd om ons beeld van het geheugen te verbeteren. Want is wetenschap niet vaak genoeg een activiteit om steeds weer vanuit een ander perspectief naar hetzelfde fenomeen te kijken? Het is in dit kader erg interessant om te lezen over: de autistische savant Stephen Wiltshire (een klassieker); het geheugenonderzoek van Aleksandr Lurija over de geheugenkunstenaars Ireneo Funes en Solomon Sherashevsky; onze eigen Ton Sijbrands; déjà vu en depersonalisatie en ook trauma en herinnering (middels de zaak Demjanjuk, de kampbeul) en vele andere. Ongetwijfeld hebben we na het lezen van dit boek weer een stukje van het mysterie dat geheugen heet onthuld. Hoewel ik ook moest denken aan een passage uit Hounds of the Baskervilles waarin Sherlock Holmes aan zijn rechterhand Watson vraagt wat zijn gedachten zijn na het verzamelen van bewijsmateriaal. Hij antwoordde: "It seems to leave the darkness rather blacker than before". En zo is het: elk (voorlopig) antwoord leidt nogal eens tot een veelheid aan nieuwe vragen en speculaties.
Dit werk is een erg mooi overzicht van geheugenonderzoek, combineert veel disciplines uit de psychologie, is prettig geschreven en is zeer waarschijnlijk toegankelijk voor een breed publiek. Op de redactie stonden ons in ieder geval de dagen van propedeutische nieuwsgierigheid en enthousiasme weer levendig voor de geest. Pervin's Theory and research werd na een vol decennium weer eens haastig uit de kast gehaald, evenals Freud's Abhandlungen en Piet Vroons Wolsklem. Genieten maar.
De redactie
Douwe Draaisma (1953) is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen.
www.douwedraaisma.nl
Publicatiedatum: 11 september 2008
Auteur: Redactie

Reacties