|
Op deze pagina kunt u columns en recensies van onze psychologen en de redactie vinden.
Psychologie van het CVZ
Op zich gun ik iedereen in zijn of haar leven tenminste eenmaal een psychoanalyse. Dat betekent vier of vijf maal per week een uurtje vrij associëren. En dat een jaar of vijf. Je dient wel de interesse ervoor te hebben natuurlijk, en niet iedereen blijkt er geschikt voor. Je begint je dagelijkse sessie bij een schijnbaar willekeurig onderwerp dat bij je opkomt en je komt vanzelf, al vrij associërend, bij relevante emoties of conflicten. We dienen de aanwezigheid van de analyticus niet te vergeten die, waar nodig, voor bijsturing, steun en duiding zorgt, maar liefst niet te vaak. De prachtige uitdrukking: gleichschwebende aufmerksamkeit wordt in dit kader ook gebruikt. In een psychoanalyse is rust, acceptatie en vrijheid (hoewel dit laatste ook zeker bij andere vormen van langerdurende psychotherapie het geval is). Een mooi tegenwicht dus tegen de stress uit de huidige hectische, technologische en veeleisende samenleving. Een samenleving die het individu bovendien bombardeert met informatie. Een mooi tegenwicht ook tegen de moderne kortdurende protocollaire flitsbehandelingen. Een blik naar de informatie die je van binnen aantreft werkt verhelderend en versterkt het contact met je gevoelsleven en intuïtie.
Maar de psychoanalyse gaat uit de basisverzekering, en wel per direct (23 maart 2010). Zo heeft het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) besloten, naar aanleiding van een literatuurstudie onder leiding van de epidemiologe mw. Y. Smit Md MSc (*). Lopende analyses mogen nog worden afgerond. Nieuwe cliënten dienen de kosten voortaan zelf te betalen. De reden is het gebrek aan hard wetenschappelijk bewijs. Op CVZ.nl staat een 102 pagina's (!) tellend pdf-document hierover. Citaat: 'PA (Psychoanalyse, red.) voldoet niet aan de stand van wetenschap en praktijk omdat er onvoldoende kwalitatief adequate studies over de effecitiviteit in de praktijk te vinden zijn. LPPT (Langdurige Psychoanalytische Psychotherapie, red.) voldoet aan de norm van de stand van wetenschap omdat er voldoende studies zijn aangetroffen waaruit blijkt dat de effecten niet verschillen van andere behandelingen.'
Langdurige psychoanalytische psychotherapie is een kortere en minder frequente vorm van psychoanalyse (ongeveer een jaar, een of twee dagen per week). Psychoanalyse in een modern jasje dus. Het is aan de specialisten, het college, en wellicht de politiek om hierover met elkaar in discussie te gaan. Maar de bestuursvoorzitter van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut spreekt er in ieder geval schande van en wil het CVZ-besluit graag zo snel mogelijk weer terugdraaien.
Wellicht is het maar beter zo? De psychoanalyse hoort hoogstwaarschijnlijk niet thuis in de verzekerde therapeutische praktijk. Zij heeft lang een pr-probleem gehad. Te duur, te elitair, te intellectualistisch, pseudowetenschappelijk etc. Dit imago is blijven hangen en psychoanalytici hebben dit helaas niet kunnen veranderen. Hoewel de psychoanalyse tussen de diverse vormen van psychotherapie een bescheiden plek inneemt in het totaal aantal behandelingen en in de totaalkosten, is het logisch dat verzekerden niet hoeven mee te betalen aan een behandeling die te duur is en te weinig mensen zou helpen. De kleine groep die een analyse wil dient het dan maar zelf te betalen. En dit kan variëren van tienduizend tot wel honderdduizend euro. Ik kan mij nog herinneren dat een opleiding tot psychoanalyticus zo'n vijftien jaar geleden ongeveer vijftigduizend gulden kostte. Ik deed destijds in mijn enthousiasme een aanvraag, en ontving binnen enkele dagen de informatieve brochures. Een afknapper door de gigantische kosten. De boekjes ruikten heerlijk naar lavendel, dat wel.
Toch zal de psychoanalyse voorlopig nog wel een bron van te testen hypothesen genereren, ook omdat het een deel van de filosofie overlapt. Een aantal hypothesen zal de praktijk niet halen, en een aantal wel. Ik noem hier bijvoorbeeld het concept borderline persoonlijkheidsstoornis en de behandeling ervan, die dagelijkse praktijk zijn geworden en bekend zijn bij een breed publiek. Middels de langdurige psychoanalytische psychotherapie houdt de psychoanalyse nog wel zijn verbinding met de praktijk van de psychotherapeut. Naar mijn mening vormt de psychoanalyse een belangrijke schakel tussen filosofie en de psychologische praktijk. Daarom voelt een en ander toch aan als een verlies. Een verlies van een kleur uit het palet van psychotherapie. En dat is toch jammer.
De lat waarlangs het CVZ de diverse therapieën legt is die van hard bewijs. In dat geval moeten wellicht ook de andere vormen van psychotherapie vrezen. En dit is natuurlijk wat er al jaren aan de gang is. Het moet snel en middels protocol, anders hoeft het niet. De psychologie kan niet vergeleken worden met bijvoorbeeld de exacte wetenschappen, daarvoor is het wezenlijk anders. Het is dus maar hoe je naar een fenomeen wilt kijken dat bepaalt wat je ook gaat zien. Nu maar hopen dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid.
Ik stuitte bij toeval deze week op een kleurrijke passage uit de geweldige beeldroman, 'Watchmen', die mijn gevoel van verlies hieromtrent goed verwoordde:
Is het mogelijk, vraag ik me af, om een vogel zo grondig te bestuderen en zijn eigenaardigheden zo gedetailleerd te noteren dat hij onzichtbaar wordt? Is het mogelijk dat we, terwijl we nauwkeurig de spanwijdte van zijn vleugels of de lengte van van zijn voetwortel meten, de poëzie van zijn wezen uit het oog verliezen? Dat we in onze prozaïsche beschrijvingen van zijn gemarmerde of gestreepte pluimage niet meer het levende schilderij bespeuren, de gloed van diepe tinten bruin en goud die Kandinsky beschamen, de nevelige kleurexplosies waaraan zelfs Monet niet kan tippen? Ik geloof dat dit het geval is. Ik geloof dat we, als we ons onderwerp benaderen met de gevoelens van een statisticus of een chirurg, steeds verder verwijderd raken van de prachtige, fascinerende verbeeldingswereld die ons vroeger onweerstaanbaar aantrok tot onze studie. Uit: ´Watchmen´ (1986) - A. Moore, D. Gibbons, J. Higgins.
Mercator
* Het is niet duidelijk waarom een epidemiologe de leiding had over dit onderzoeksteam.

Reacties

Mooie passage uit "Watchmen". De psychoanalyse heeft er baat bij denk ik weg te blijven van de statisticus, alhoewel wanneer men echt harde bewijzen wil vinden dan denk ik dat de statisticus nog versteld zou staan. Ik heb mijn ganse loopbaan mijn bijdrage betaald aan de ziekenkas (Belgie) maar ze sinds mijn analyse niet meer hoeven aan te spreken. Ik ben ook geen dag ziek geweest. Dus mijn bijdrage heeft wellicht anderen geholpen.Mijn werkgever en de ziekenkas hebben aan mij verdiend. Ikzelf heb een hele lange analyse zelf betaald, er ook extra voor gewerkt. Wanneer je echter de cijfers bekijkt van sommige huizen, wagens, reizen, dure kleren dan denk ik dat je daarvoor al aardig wat sessies kan betalen. Dat zijn harde cijfers, harde bewijzen toch? Voor ik in analyse ging had ik regelmatig een geblokkeerde nekwervel, rug en schouderklachten, chronische hoestbuien en nog enkele andere klachten. Sinds mijn analyse, nu reeds 20 jaar geleden gestart, heb ik minder en minder en dan ook niet meer deze fysieke klachten ervaren, die zijn weg en blijven weg. Ik denk dat iedereen die een analyse heeft doorlopen van een zekere lengte en diepgang kan getuigen van therapeutische effecten, die langdurig werken. Een psychoanalyse raakt verder alle domeinen van het leven, vitaliseert geeft opnieuw energie en levensvreugde. Dat is mijn ervaring. Ik kan enkel voor mezelf spreken. Een psychoanalyse neemt niet alle problemen weg maar opent vaak een nieuwe manier om er naar te kijken en er mee om te gaan.
Francine - 14-05-2010 - 16:11


|

Ik ken meerdere mensen die zeggen wel baat te hebben gehad bij een (klassieke) bankanalyse. Kennelijk geen hard bewijs. Ik denk dat er nog genoeg mensen een analyse zullen zoeken in de toekomst.
Wim020 - 14-05-2010 - 10:59

|
Andere publicaties
|